Mooi snel(fietsroutes)

De fiets geniet meer aandacht dan ooit. Fietsinfrastructuur is geen lokale aangelegenheid meer; zelfs de rijksoverheid ziet in (elektrisch ondersteund) fietsen de potentie om mensen uit de auto te krijgen. Speciaal voor mensen die de (file op de) snelweg zat zijn, is sinds een aantal jaar het idee van 'de fietssnelweg' opgekomen. 

Daarvoor wordt nu vaak één specifiek traject benoemd tussen twee stedelijke kernen. Dat is niet geheel onterecht; er zijn zeker trajecten aan te wijzen waar veel lange fietsbewegingen samen komen. Maar ongeacht de afstand die we fietsen, we doen de fietser te kort als we te veel focussen op één enkel type fietser (forens), op één aspect van aangenaam fietsen (snelheid) en op één specifieke fietsroute.  

Lange fietsbewegingen in kaart

In de regio Utrecht brachten we de bewegingen van de forens in kaart door data te verzamelen uit de beweegapp Endomondo. Uiteraard neemt slechts een klein deel van de fietsende forenzen hun beweging op met deze specifieke app. Echter, in het kader van de ‘fietssnelwegen’ is dit wel een interessant deel. Mensen nemen hun activiteit vooral op met een beweegapp als ze een langere fietsrit maken. Binnen de beweegapp Endomondo moet de gebruiker bovendien zelf aangeven of de fietsrit voor ‘transport’ of ‘sport/recreatief’ doel was. Het is daarom mogelijk om fietsritten van de langeafstand-forens apart te nemen, en hun gedrag in kaart te brengen. In de Provincie Utrecht bekeken we 92.000 ‘transport’ fietsactiviteiten, van circa 9300 fietsers die Endomondo gebruikte. Aan de vertrektijden van deze activiteiten is in elk geval goed te zien dat het hier vooral om woon-werk verkeer gaat:

In de winter geeft een aanzienlijk deel van de langeafstandsforens toch zichtbaar de voorkeur aan een ander vervoersmiddel. Hoe ver en snel fietsen deze forenzen? 

Vooral tussen de 3 en 15 kilometer, met het zwaartepunt rond de 10 kilometer. De snelheid lag vaak tussen de 16 en 22 kilometer per uur, best doorfietsen. In welke mate deze fietsers elektrisch ondersteund waren is niet te achterhalen, maar misschien ook niet het meest relevant. Het gaat over woon-werk verkeer, veelal over lange afstanden, die goed doorfietsen. Via (https://we.tl/t-UvDNE3cE4q) is een document beschikbaar waarin we diverse aanvullende onderzoeken gedaan hebben naar kenmerken en representativiteit van deze Endomondo gebruikers.

Waar vonden deze activiteiten plaats? Het ruimtegebruik van afgelegde routes hebben we ook in kaart gebracht. Door specifieke instellingen in het aggregeren van de data, wordt voorkomen dat een enkel individu een te grote invloed heeft op het beeld van gebruik, zo kan een behoorlijk representatief beeld ontstaan:

De meest gebruikte routes lopen vooral in radiale richting de stad uit, richting omliggende kernen. Elke omliggende kern heeft wel één of enkele meest gebruikte routes richting Utrecht. Maar het gebruik is ook diffuus en verspreid, beweegt alle kanten uit, veelgebruikte routes splitsen zich op en komen elders weer samen. De langeafstandsforens maakt dus van het gehele netwerk van fietswegen in de volle breedte gebruik. 

Fietssport

Maar de toenemende populariteit van fietsen zit niet alleen in woon-werk bewegingen, de hoeveelheid wielersporters neemt ook al jaren zichtbaar toe. Zeker in het weekend en doordeweekse avonden zijn de wegen druk bezet met wielrenners. In stedelijke gebieden beoefend circa 10% van de inwoners de wielersport. In Amsterdam verdubbelde dit aandeel in 10 jaar tijd (sportmonitor Amsterdam 2017). Gemiddeld stapten wielersporters 90 keer per jaar op de racefiets, waarmee ze gemiddeld ruim 3000 kilometer per jaar fietsten (wielersportmonitor 2014). 

We doen onze lange fietstrajecten te kort als we ze alleen maar als iets functioneels of ‘utilitairs’ beschouwen. De vraag om fietspaden waarop snel, ongestoord en veilig gefietst kan worden is er juist ook steeds sterker vanuit een sportieve groep. Maar in hoeverre ligt hun belang ruimtelijk gezien anders? Ook van deze groep fietsers konden we met Endomondo data ruimtegebruik in kaart brengen van een grote groep fietsers. Circa 8600 fietsers produceerde data van 93.000 sportieve fietsactiviteiten. Wanneer fietsen ze vooral?

Doordeweeks is de activiteit strak ingeklemd in de lichte uren na werk. Vanaf de overgang van wintertijd naar zomertijd neemt de activiteit snel toe. In het weekend gaan de sportieve fietsers al vroeg op pad, tussen 9 en 10 zitten de meesten al op de fiets. Wat waren de meest gefietste routes in deze groep?:

Doordat activiteiten gemiddeld aanzienlijk langer zijn dat de ‘transport’ fietsritten, is de regio veel weidser opgevuld met ‘gebruiksintensiteit’. Wanneer we echter direct rond Utrecht kijken, zijn er grote gelijkenissen zichtbaar met het beeld van gebruik van woon-werk fietsverkeer. We hebben cirkels geplaatst op de plekken die bij het woon-werkverkeer het vaakst gepasseerd werden. Dit zijn zonder uitzondering ook de meest gepasseerde routes van het wielerverkeer. Daarin zit een logica. Nu de forens zich met (elektrische) fiets over steeds langere afstanden kan bewegen, ontstaat ook relatief gezien steeds meer beweging de stad uit, naar omliggende kernen. En hoewel wielrenners niet direct naar die omliggende kernen willen, ligt de weg naar het landschap in eerste instantie wel vaak in dezelfde richting.   

Goed nieuws? Zeker! Het betekent dat de belangen van aantrekkelijke routes ook veelal in dezelfde richtingen en trajecten liggen. Sowieso kun je je afvragen hoe verschillend de belangen zijn van recreatieve/sportieve vs. utilitaire/forens fietsers. De beoogde ‘ongestoordheid’ van snelfietsroutes is net zo goed een aantrekkelijke eigenschap voor sportieve en recreatieve fietsers. En het gebruik is eigenlijk nog veelzijdiger dan dat; steeds meer ouderen kunnen elektrisch ondersteund langer (blijven) fietsen, zowel recreatief als utilitair. Voor (groepen) fietsende scholieren komen verder liggende scholen binnen fietsbereik, steeds meer hardlopers rennen op fietspaden en skeeleraars rollen los waar écht goede beweegpaden liggen (Lint Leidsche Rijn).

En andersom, willen forenzen niet evengoed van een mooie, groene omgeving genieten? Tussen Utrecht en Breukelen wordt ook door forenzen de Vecht intensiever befietst dan het veel directere Amsterdam-Rijnkanaal. Ook een forens lijkt best iets langer te willen fietsen als de omgeving van de route mooier is. Dus: maak de routes behalve snel, ook mooi, veilig en beloopbaar. Maak erlangs mooie bloemenbermen, lanen, uitzichten en rustpunten. Beschouw ze als brede, ondoorbroken ‘Parkways’ voor alle bewegende mensen en niet alleen als fiets(snel)wegen. 

Dat pleit voor een aanpak waarin we juist inzetten op de verscheidenheid aan 'fiets'routes tussen stedelijke kernen, en juist in de breedte zoeken naar de verbeterkansen. Met een dergelijke blik worden veel kansen voor betere routes zichtbaar. Enkele voorbeelden?:

·       De hoofd-fietsroute naar Nieuwegein gaat vooral door Nieuwegein, ook omdat alternatieven ontbreken. Langs het fraaie Amsterdam Rijnkanaal zijn routes helaas incompleet en van slechte kwaliteit (1).

·       Tussen Utrecht en Maarssen vormen de routes langs (beide zijdes!) van de Vecht en oostzijde Amsterdam-Rijnkanaal een aantrekkelijker alternatief voor de snelfietsroute Amsterdamsestraatweg-Westzijde Amsterdam Rijnkanaal. Maar, de fietsroute aan de Zuidwestzijde van de Vecht is zeer slecht (2), en de aantakking op de oostzijde Amsterdam-Rijnkanaal ontbreekt. 

·       Tussen Utrecht en Hilversum zijn wel drie verschillende fietsroutes mogelijk. Door het Dokter Welfferpad tot fietspad te upgraden (3), ontstaat een veel groener alternatief op de route langs het spoor en snelweg.

·       Tussen Amersfoort en Utrecht wordt een fietssnelweg door Bilthoven beoogd. Verbeteringen in dit traject zijn zeker niet onnodig, maar juist de historische ‘Wegh der Wegen’ is ook druk gebruikt door wielrenners (richting de Tankweg). Hier kunnen een aantal echt grote knelpunten weggenomen worden, kan verlichting en veiligheid verbeterd, het asfalt vernieuwd en de omgevingskwaliteit een upgrade krijgen.

·       Tussen Zeist en Veenendaal wordt het fietspad langs de N225 als potentiele snelfietsroute beschouwd. Maar, de Oude Arnhemse Bovenweg is bijna net zo direct en fraaier qua omgeving. En juist hier is het fietspad veel te smal en soms slecht van kwaliteit. 

·       De Kromme Rijn is in potentie de snelste en mooiste fietsroute tussen Utrecht binnenstad en de Uithof, er mist alleen een paar honderd meter fietspad.

·       De Oude Rijn vormt al een snelle fietsroute tussen Utrecht en Woerden, maar ten Oosten van Harmelen is de kwaliteit van het pad ook nog slecht. Ook noordelijker, parallel aan het spoor, kan een nog directere verbinding met Leidsche Rijn en Utrecht ontstaan die ook direct verbonden is met 'het Lint'.

Een fietssnelweg is een lekker tastbaar en benoembaar ‘ding’. Het is verleidelijk om ons blind te staren op enkele specifieke 'snelweg'trajecten en daar de grootste middelen in te steken. Maar, de fietser en alle andere bewegende mensen zijn meer gebaat bij een beweegnetwerk dat er op alle (in potentie) druk bewogen trajecten frictieloos, fijnmazig, breed, egaal, veilig, goed verlicht, direct en groen bij ligt. Dat geeft ook rijke keuzemogelijkheden aan verschillende routes die én snel én mooi én prettig zijn. Deze bredere kijk kan meer opleveren voor iedereen die zich gezond wil voortbewegen.

TRACK Landscape Architecture / +31634195480 / info@track-landscapes.comprivacy clarification