top of page

De Kerkepaden van Zieuwent

Toegankelijk landschap

De nota Landschapsbeheer Nederland uit 2005 stelt dat er in de periode van de grote ruilverkavelingen (1950-1980) ruim 30.000 kilometer aan onverharde paden over boerenland verdwenen is. Wat er eenmaal niet meer is, wordt vaak niet meer gemist. Behalve in een vrij onbekend, Achterhoeks dorp: Zieuwent. Zieuwent vormde een van de mooiste voorbeelden in onze inspiratiebundel bewandelbaar landschap in opdracht van Stichting Wandelnet.

De beweging

Ook rond Zieuwent veranderde het landschap en bijbehorende infrastructuur circa 40-50 jaar geleden, als gevolg van ruilverkaveling en opkomst van de auto. Onverharde paden verdwenen, of werden geasfalteerd. Net als in de rest van Nederland bleef een grootschalig, verhard netwerk over.

Uit een lokale peiling (enquête van het ‘Ziewents Belang’) kwam naar voren dat het huidige paden- en wegenstelsel in onvoldoende mate voorzag in de behoefte van fietsers en wandelaars. Binnendoor fietsen was onmogelijk op veel plekken, de verkeersveiligheid kwam in het geding, en recreatiemogelijkheden vond men te beperkt.


Niet toevallig werd in 1993 het probleem van de verdwenen onverharde wegen, ook in de Tweede Kamer besproken. Daarbij werd de behoefte van de Rijksoverheid uitgesproken om experimentele projecten te starten (een ‘pilot’ avant la lettre). Met deze experimenten wilde de overheid ervaring opdoen met het herstel van ‘boerenpaden’. Want dat zou recreatieve mogelijkheden, en de relatie tussen boeren en burgers versterken. En welke meerwaarde konden dergelijke herstelprojecten nog meer opleveren?

Ondertussen werden in Zieuwent ideeën uitgewerkt voor binnendoor paden, die bij de lokale bestuursvergadering in 1993 werd besproken. 15 potentiele verbindingen van in totaal 10 kilometer lengte werden in kaart gezet als wenslijnen. Er werd hiertoe de ‘Stichting Kerkepaden Zieuwent’ opgericht in 1994. De ‘Stichting Kerkepaden Zieuwent’ zocht contact met CDA-kamerlid Mechtild De Jong, waarna afspraken gemaakt werden over een samenwerking. Het Rijk zou meefinancieren, de stichting zou organiseren en uitvoeren op basis van vrijwilligheid. En zo geschiedde. Maar ook de Provincie Gelderland, gemeente Lichtenvoorde en het recreatieschap Oost Gelderland werden bij het project betrokken. Dit was voor het Rijk een voorwaarde tot medewerking. Het Rijk nam 50% van de financiering op zich, de Provincie Gelderland 30%, de gemeente 10% en het recreatieschap 10%.

De voorgestelde paden liepen zo veel mogelijk volgens de voormalige tracés van de Kerkepaden. Die waren er in het verleden talrijk, naar de Zieuwentse Werenfriduskerk. Daarmee kon er ook een cultuurhistorisch belang aan de totstandkoming worden gebonden. Paden werden vooral aan de perceelsgrenzen/eigendomsgrenzen en beplantingsgrenzen getekend. Doorsnijden van percelen is voor landbouw onwenselijk, maar grond langs beplanting is voor de landbouw juist minder waardevol, hier maakt de schaduw de opbrengst van grond al geringer. Voor de gebruiker van de paden, wandelaars en fietsers, is die beplanting juist wél een meerwaarde. De grond voor de paden werd niet aangekocht, maar er werd gebruik gemaakt van de wet/recht erfdienstbaarheid. Er werd een klein hoekje grond gekocht van 300m2, waarna een vorm van recht van overpad ontstond, mede door een wetswijziging in het recht van erfdienstbaarheid in 1992. De paden werden zo getekend dat ze de privacy van boeren zo beperkt mogelijk zouden schenden.


Zoeken naar de boeren voordelen

Er werd gesprekken gehouden met de boer en in elk gesprek werd slim gezocht naar mogelijke voordelen voor de boer. Het overleg met de boeren vormt het grootste deel van de beschrijvingen in het boek ‘Binnendoor en Buitenom’. Hoewel er allerlei bezwaren waren, lukte het de stichting om een eerste pad tot stand te brengen. De eerste boer werd overgehaald doordat bij de aanleg van het Kerkepad aan de rand van zijn perceel, meteen de drainage verbeterd kon worden. Het pad zou langs een sloot en houtwal getrokken worden, die tot ergernis van de boer al jaren slecht onderhouden werd door het aangrenzende Staatsbosbeheer en waterschap. De stichting zou het onderhoud van de houtwal op zich nemen. De boer krijgt voor zijn erfdienstbaarheid 5 gulden per vierkante meter. En zo kwamen de afspraken voor het eerste pad tot stand. En goed voorbeeld doet goed volgen; er werd in de erop volgende jaren nog 13 kilometer pad aangelegd, zelfs meer paden dan de oorspronkelijk beoogde 10 kilometer. De stichting Kerkepaden Zieuwent begon met 15 leden, en groeide al snel uit tot 35 leden. Bij elk potentieel nieuw pad, werd bij elke boer, opnieuw gezocht naar goede redenen tot medewerking. Hoe vaker het lukte om een pad te ontwikkelen, hoe meer de bewoners en de boeren de meerwaarde ervan (h)erkenden. Toen die bal eenmaal begon te rollen, ontstond er snel meer.


De aard van de paden en het netwerk

De bereidheid van boeren om ruimte bieden voor de paden, kwam vaak voort uit het maken van veilige school-fietsroutes voor kinderen. De Kerkepaden rond Zieuwent zijn daarom verkeerskundig gezien ontwikkeld als fietspaden. Er werd daarbij een breedte van 1,5 meter ‘Gravier d’ Or’ semi-verharding beoogd, zodat fietsers en wandelaars elkaar prettig kunnen passeren. Recreatief is zo’n ondergrond erg fijn, maar voor brommers en racefietsers juist minder. Trajecten die m.b.t. de verkeersveiligheid de grootste meerwaarde zouden hebben, werden vervolgens als eerst concreet onderzocht.

Vandaag de dag ontspringt vanuit het dorpsplein met daaraan de St. Werenfriduskerk een compleet stelsel aan ‘Kerkenpaden’ in alle windrichtingen het landschap in. De 13 kilometer aan kerkepaden zijn allemaal uitgevoerd als half verhard (leem)pad van een ruime meter breed. Allen zijn ook voor fietsers toegankelijk. Dat is juist mooi, zo hebben de oorspronkelijke wandelpaden een waarde voor verschillende gebruikers die prima samengaan. Fiets en voet, recreatief en utilitair. Het levert een perfect ommetjes netwerk op rond het dorp, waarin je vanuit alle wijken tal van wandel- en hardlooprondes kunt maken van zo’n 2-4 kilometer. Middendoor een agrarisch landschap, zonder hinder en gevaar van gemotoriseerd verkeer.


Een natuurlijk netwerk

Maar de ontwikkeling gaat verder dan een padennetwerk. Langs de paden is beplanting consequent mee-ontwikkeld (aangeplant) en onderhouden. Zowel de werving, aanleg en beheer van zowel de paden als de beplanting erlangs valt onder de verantwoordelijkheid van de stichting. Het vormt een groene structuur die overal anders is; je loopt langs hoge en lage hagen, rijen knotwilgen, fruitgaarden, door natte bossen of langs grote populieren.


Er zijn daarbij in diverse lage hoeken poelen en laagtes uitgegraven voor wateropvang en ontwikkeling van natuur. Vele zeldzame dier- en plantensoorten komen terug. Tezamen met de nieuwe lijnvormige beplantingen langs de paden, wordt zo de natuur weer het landschap in getrokken.


De loper en fietser geeft het een beleving die overal anders is, en altijd fraai. Ook zijn op een aantal mooie, beschutte, en cultuurhistorisch interessante plekken zit- en rustgelegenheden gemaakt.



Over de totstandkoming van de Kerkenpaden in Zieuwent is het boek ‘Binnendoor en Buitenom’ geschreven, een absolute aanrader. De details van gesprekken met grondeigenaren, en de overwegingen om gronden ter beschikking van de gemeenschap te stellen, zijn informatief maar ook uiterst amusant. Het geeft een belangrijke inkijk in de details die bij een dergelijk proces cruciaal zijn. In totaal heeft de aanleg van de Kerkepaden 475.000 gulden gekost. Dat is in verhouding tot de waarde die het heeft opgeleverd een verwaarloosbaar bedrag (zelfs met inflatiecorrectie).


Vooruitlopend

Het verhaal mag 30 jaar oud zijn; Zieuwent leek haar tijd eigenlijk vooruit te zijn. Het laat zien hoe ver je komt door het aangename voorop te stellen, en daar het noodzakelijke mee te verenigen.

Er liggen grote toekomstopgaves voor het landelijk gebied in bijna heel Nederland; reductie van stikstof, ontwikkeling van natuur, aanplant van nieuw bos(senstratgie), opvang en kwaliteitsverbetering van water, ontwikkeling en spreiding van recreatie en toerisme, een transitie van mobiliteit… De hoeveelheid visies en strategieën vanuit overheden en andere organisaties is letterlijk niet meer te overzien, laat staan te verbinden. Ze worden steeds meer benaderd als ‘crisis’, problemen die opgelost dienen te worden, niet aangejaagd door perspectief op iets dat fijn, mooi of leuk is.

Zieuwent toont -zonder dat het ooit zo bedoeld was- een benadering die leuker, integraler en daardoor misschien kansrijker is: begin bij de verbinding van voet en fiets. Want dromen we niet allemaal van een agrarisch én natuurlijk landschap waar je volop kunt wandelen, fietsen en hardlopen? Eenmaal werkend aan het trage netwerk, dat meestal logisch opgaat met de historie en geomorfologie van het landschap, passeer je vanzelf (natuurlijk..) tal van ‘landelijke’ toekomstopgaven die je mee kunt koppelen.

Thema’s van beweging en gezondheid worden -hoewel overal genoemd- vooralsnog als te klein of zwak bezien om als eerste uitgangspunt van ontwikkelingen te dienen. Vaak sneeuwen ze onder. We hebben in Nederland bijvoorbeeld een ‘Aanvalsplan Landschapselementen’, een ‘Deltaplan’ van allerlei groene organisaties waarin concrete handvatten worden gegeven om het Nederlands landschap verrijken met heggen, houtwallen, bomenrijen, graften en nog meer natuurrijke elementen. Daarin wordt het woord ‘wandelen’, ‘route’ of ‘pad’ niet één keer genoemd. Niet alleen het voorbeeld van Zieuwent, maar ook ViaNatura-Nijmegen en tal van andere voorbeelden in de ‘wandelbundel, toegankelijk landschap’ laten zien hoe je netwerken voor mens en natuur juist gezamenlijk kunt ontwikkelen.

En op het vlak van ‘mobiliteit’ en ‘recreatie’ geldt eigenlijk hetzelfde. We ontwikkelen nu vaak infrastructuur voor of de fietser, of de voetganger, of utilitair of recreatief. Ambities, organisaties en afdelingen die veelal van elkaar gescheiden zijn. Zieuwent laat zien dat fietsers en voetgangers eerder baat bij, dan last van elkaar kunnen hebben. De fiets en voet als mobiliteit of recreatie? Zoek juist naar logisch landschappelijke lijnen waar een pad voor al die gebruiken waarde heeft, en geef mensen ruime paden om frictie zelf te voorkomen. Andere voorbeelden in de bundel zoals het Molenpad bij Hazerwoude, of het Lint Leidsche Rijn, laten ook zien dat het kan.


Kort-om; als het aan verbinding ontbreekt, zet dan de verbindingen voorop.


Je gaat al die crises nog leuk vinden.

Comentários


bottom of page