top of page

Representativiteit Strava utilitaire fietsdata, 2023 vergelijking telpunten


2023_Utrecht Strava fiets_B_Representativiteit
.pdf
Download PDF • 24.36MB

Dit artikel is een samenvatting van de belangrijkste uitkomsten; de uitgebreide informatie/vergelijkingen bevinden zich in bovenstaand pdf-bestand.



De activity tracking app ‘Strava’ werd in 2023 in Nederland gebruikt door circa ~700.000 fietsers; het is de grootste activity tracker voor fietsers. Voor de meeste gebruikers geldt dat wielrennen, mountainbiken of hardlopen hun belangrijkste activiteit is. Maar eenmaal de app geïnstalleerd, worden met Strava ook vele ‘commuting’ ofwel utilitaire fietsritten opgenomen. Sinds 2021 biedt Strava (gratis) toegang tot de (geanonimiseerde en geaggregeerde) ruimtelijke routegegevens die hun fietsende en lopende gebruikers genereren. Overheden kunnen daarbij toegang krijgen tot de gegevens van hun district, onder strikte privacyvoorwaarden en structuren. Op (https://www.track-landscapes.com/privacybeleid-1 en https://www.strava.com/legal/privacy) is daar meer informatie te vinden. 


In 2022 en ook in 2023 maakten we voor de provincie Utrecht een bundeling van Strava analyses, die fietsroutegebruik van sportieve en utilitaire fietsers toonde (zie projecten). Strava fietsdata wordt als een zeer waardevolle bron van fietsdata gezien voor regionaal/provinciaal fietsbeleid, maar meer inzicht in de representativiteit is nodig om het Strava-beeld van fietsgebruik beter te vatten, en op waarde te schatten. 


In 2022 schreven we al een eerste reeks blogs over de ‘representativiteit’ van deze Strava data (https://www.track-landscapes.com/blog), waaronder ook de utilitaire fietsdata. Zowel de sportieve als de utilitaire fietsdata van Strava zijn interessant en relevant. De sportieve fietsdata vertegenwoordigt een relatief duidelijke/specifieke groep fietsers, namelijk wielrenners: racefietsers, gravelbikers en mountainbikers. Maar van de utilitaire fietsdata is vooralsnog minder duidelijk welke fietsers dit precies vertegenwoordigt. In onze 2022-blog concludeerden we als volgt:


“Je kunt concluderen dat de totale/gemiddelde Strava-utilitaire-fiets-dataset geen goede representatie geeft van het totale/gemiddelde Nederlandse utilitaire fietsgebruik. Maar op basis van de enkele eerste vergelijkingen die we maakten, ontstaat wel het beeld dat Strava gegevens een goede representatie kunnen geven van ‘lange afstand’, regionaal fietsverkeer. Het is wenselijk om op meer plekken (in Nederland) vergelijkingen te maken tussen Strava data en lokale telpunten. Dan kan een nog beter beeld ontstaan van wie en wat de Strava wel en niet laat zien. “ 


Dit artikel bevat drie onderdelen:


1. Een vergelijking tussen de 70 permanente fietstelpunten in Provincie Utrecht en Strava fietsdata. Dit is vooral gericht op de utilitaire fietsdata, maar het leidt ook tot inzicht in de sportieve fietsdata.


2. Algemene kenmerken van Strava utilitaire fietsritten en fietsers.  


3. Adviezen voor toepassing, en kansen voor verbetering in de Strava datastructuren.



1. Conclusies vergelijking 70 provinciale telpunten en Strava Metro data


Utilitaire Strava fietsdata

Ongeveer 1 op de 200 utilitaire fietsritten wordt opgenomen met Strava. Uit de vergelijking tussen fietspassages op de lokale fietstelpunten en Strava utilitaire fietspassages op dezelfde locaties, is vooral buiten het stedelijk gebied een duidelijk/goed verband zichtbaar. Binnen stedelijk gebied is de variatie namelijk aanzienlijk groter. Buitenstedelijk scoorde Strava-utilitair qua gebruik ook relatief hoog; circa 1 op de 125 passages werd opgenomen met Strava-utilitair, ten opzichte van binnenstedelijk waar dit op circa 1 op de 300 uitkomt. De relatieve over-representatie buitenstedelijk bevestigt de conclusie uit onze eerdere onderzoeken: Strava utilitaire fietsritten worden relatief vaker opgenomen bij lange fietsritten (die ook vaker buiten de stad komen), dan bij korte fietsritten (die meestal binnen de stad plaatsvinden). 


Een verduidelijking van de eigenschappen van Strava-utilitaire fietsritten wordt duidelijk door te kijken op welke tellocaties Strava-utilitair een relatief hoog, of een relatief laag aandeel van het totale aantal fietspassages vormt. Binnenstedelijk is de vertegenwoordiging van Strava-utilitair het hoogst op telpunten die in logische aansluiting/doorgang liggen met het fietsnetwerk buiten de stad, of op lange doorgaande routes in de stad (bijvoorbeeld de telpunten op bruggen over het Amsterdam Rijnkanaal). De laagste vertegenwoordiging binnen de stad is te vinden op alle telpunten rondom Utrecht Centraal (waar naar verwachting vooral lokaal fietsverkeer samen komt). 


Buitenstedelijk is de hoogste vertegenwoordiging zichtbaar op telpunten die tussen bekende langeafstandstrajecten liggen, zoals: Utrecht-Amsterdam(-Rijnkanaal), Utrecht-Hilversum, Utrecht-Amersfoort(seweg). Strava-utilitaire fietsritten vertegenwoordigen dus een beeld van ‘regionaal fietsverkeer’, maar binnen dit regionale spectrum heeft Strava ook een relatief hogere vertegenwoordiging in de +10 kilometer fietsafstanden, dan in de range van ~5-10 kilometer fietsafstand. De gemiddelde fietsafstand is namelijk 20 kilometer bij utilitaire Strava fietsritten.


Een extra verduidelijking van eigenschappen van Strava utilitair fietsgebruik blijkt uit de vergelijking met verschillende fietssnelheden op de telpunten. Strava utilitaire fietsdata heeft met Buitenstedelijke telpunten een sterker verband dan binnenstedelijke telpunten op alle normale fietssnelheden (blauwe lijn ligt hoger dan gele). Het sterkste verband is zichtbaar met buitenstedelijke telpassages die op een snelheid van 25-30 kilometer per uur passeerde. Binnenstedelijk is het beste verband zichtbaar in de snelheidscategorie 20-25 kilometer per uur.




Sportieve Strava fietsdata

De vergelijking tussen de lokale fietstelpunten en de Strava sportieve fietsdata toont aan dat buitenstedelijk, op een aanzienlijk deel van fietspaden, de vertegenwoordiging van wielersporters aanzienlijk is. Strava sportieve fietsers vertegenwoordigen op 18 van de 47 buitenstedelijke telpunten meer dan 10% van het fietsverkeer, en op zes punten is het percentage zelfs hoger dan 20%, tot een maximum van wel 35% langs de N201 (Vinkeveen). Dit betreft dus alleen nog maar Strava gebruikende wielersporters; het totale aandeel wielersporters zal nog hoger liggen. Het is redelijke inschatting dat op sommige fietspaden, wielersporters zeker de helft van het fietsgebruik vormen. 


Dit leidt ook tot een andere belangrijke realisatie: fietstellers die carbon fietsen niet meten (zoals die in Provincie Utrecht) zullen op bepaalde punten een aanzienlijk deel van fietspassages missen.






2. Algemene kenmerken Strava utilitair fietsen


Het utilitaire fietsen wordt bepaalde door de manier waarop deze ritten herkend worden. Hierover heeft Strava Metro ons meer uitleg gegeven. Ten eerste bepaalt de fietser dit zelf; Strava gebruikers kunnen hun in fietsritten ‘commute’ aanvinken. Best veel mensen doen dit, maar lang niet iedereen neemt die moeite. Daarom heeft Strava zelf een script dat ‘sportieve’ fietsritten, alsnog tot utilitaire ritten bestempelt. Hierin wordt vooral naar het begin en eindpunt van een fietsrit gekeken, als deze ver uit elkaar liggen wordt de rit als ‘commute’ bestempeld. Ook wordt gekeken naar ‘stop-gedrag’. Wie ergens heen fietst, daar meerdere uren de fietsrit pauzeert, en daarna weer terug fietst (en dat geval wel een eindpunt vlakbij het beginpunt heeft), zal ook als commute bestempeld worden. Strava ziet daarbij niet alleen woon-werk fietsritten als ‘commute’, alle fietsritten die een meer functioneel karakter lijken te hebben. Dat/of een fietsrit start tussen ‘7:00-9:00’ is geen voorwaarde om als commute bestempeld te worden. 


 

In het 2022-Strava Metro onderzoek voor Provincie Utrecht bleek het ‘utilitaire’ fietsverkeer van Strava vooral woon-werk bewegingen te tonen; veel gebruik bevindt zich doordeweeks tussen 7:00-9:00 en 16:00 en 19:00. Grote werkgelegenheidslocaties zijn bovendien duidelijk herkenbaar als sterkste bestemmingsgebieden. Bij een hoge mate van woon-werkverkeer kan het gebruik van één of enkele individuen een bedreiging voor de representativiteit vormen. Als één iemand vijf dagen per week, heen en terug, een woon-werk fietsrit opneemt, kan dit per jaar wel ~400 passages op één traject veroorzaken. We zien echter dat dit in de praktijk nauwelijks voorkomt. In het uitwerking-onderdeel ‘invloed van één of enkele personen’ wordt dit in kaart getoond, maar er blijken bijvoorbeeld vrijwel geen paden te zijn waar het aantal gepasseerde unieke personen <10 is, en het totaal aantal passages >400 is.



Tussen 2019 en 2023 nam de gemiddelde fietsafstand van utilitaire fietsritten af; er zijn meer ‘korte’ fietsritten bijgekomen. In 2019 was de gemiddelde utilitaire fietsafstand ~23 kilometer, in 2021 en 2022 was dit ~21 kilometer, en in 2023 ~20 kilometer.  




Het beeld van fietssnelheden toont dat Strava utilitaire fietsers behoorlijke ‘doorfietsers’ zijn: ze fietsten op de meeste binnenstedelijke wegen tussen de 20 en 25km/uur, en op buitenstedelijke wegen vaker tussen de 25 en 30 kilometer per uur (zichtbaar in de kaarten van snelheid; zie bijlage pagina 11. Tussen 2018 en 2020 nam de middelste snelheid af van 24,2 naar 23,2km/uur, en sinds 2021 was het stabiel ~22,5km/uur. Dit hangt exact samen met de trend van afname in fietsafstand; een hoger aandeel korte fietsritten betekent relatief meer fietskilometers binnen stedelijk gebied (en daar ligt de gemiddelde snelheid lager).



Opvallend is dat de verhouding mannen/vrouwen tussen 2019 en 2021 ook sterk toenam, en sinds 2021 stabiel is. In aantal gepasseerde unieke personen op wegen is deze verhouding in 2023 (en ook in 2021 en 2022) 72% man - 28% vrouw. In 2018 was deze verhouding 85%man-/15%vrouw. Mogelijk hangt de toename van korte ritten en afname in fietssnelheid samen met de toename van Strava (fiets-utilitair) gebruikende vrouwen.



Het aandeel e-bike utilitaire fietskilometers binnen Strava groeit; in 2023 werd in tenminste 10% van de utilitaire fietskilometers een e-bike gebruikt. In 2022% was dit nog 6,8%. Mogelijk zal een deel van e-bikers hun e-bike gebruik niet aanvinken binnen de Strava app, hoewel dit wel ‘de bedoeling’ is binnen de Strava community (omdat in de segment-klassementen geen e-bikers gewenst zijn). Maar ook als bijvoorbeeld de helft van e-bikers dit niet zou doen: het overgrote deel van de fietsritten is dus op eigen kracht. Bovenstaande twee punten tonen dat de Strava utilitaire fietsers voor een groot deel wielersporters of andere ‘actieve/sportieve’ mensen zijn (bijvoorbeeld hardlopers of wandelaars) die hun utilitaire fietsrit ook zien als middel om goed in conditie te blijven. 




3. Adviezen en kansen voor toepassing Strava Metro data


Toepassing van Strava fietsdata in beleid

De uitkomst; dat Strava utilitaire fietsdata ‘redelijk representatief’ is voor buitenstedelijke fietsbewegingen, ondersteunt de gedachte dat de Strava utilitaire fietsdata ingezet kan worden voor opgaves in de regionale fietsnetwerken. De voornaamste (vervolg)vraag/onzekerheid m.b.t. deze representativiteit betreft hoe sterk de ‘over representatie’ van Strava utilitair fietsen is in de lange-regionale fietsritten (zeg >15km) versus de korte-regionale fietsritten (zeg 5-15km). En vervolgens; op welke trajecten het fietsroutegebruik van 5-15km fietsritten, aanzienlijk verschilt van +15km fietsritten. Voorzover daar nog geen scherper beeld van is, kan Strava utilitaire fietsdata niet gebruikt worden als ‘non-discutabele’ cijfermatige onderbouwing waar regionaal fietsbeleid/fietsinfra-ingrepen zomaar volledig op gebaseerd kunnen worden. 


Echter; een redelijke representatieve dataset kan wel een goed overzicht geven van grote/grove verschillen in regionaal gebruik. Voor veel toepassingen is een eerste blik op grove gebruikspatronen al heel waardevol. Ook wanneer (kennis over) representativiteit niet perfect of volledig is, kan inzicht in gebruik goede vragen oproepen over bepaalde fietsroutes en fietsgebruiken. De data zijn dan vooral een middel tot reflectie en gesprek. Vanuit overzichtelijke kaarten van fietsgebruik volgen vele realisaties, inzichten, vervolgvragen en suggesties die op zichzelf al zeer waardevol zijn. Andere databronnen, lokale metingen, observaties en inventarisaties kunnen tezamen met Strava data een completer beeld geven van fietsgebruik.


Een vraag die de utilitaire Strava data wel oproept is in welke mate je de fietsgroepen die Strava kenmerkt gericht wilt voorzien in fietsbeleid (?). Provincie Utrecht noemt in beleidsstukken dat het regionale fietsnetwerk vooral de fietsritten tot 15 kilometer moet bedienen. Geeft de utilitaire Stravadata, die juist relatief veel >15km fietsritten lijkt te bevatten, aanleiding om fietsgebruik bij afstanden >15km ook te willen stimuleren/bedienen met beoogde fietsinvesteringen? En het gebruik van wielersporters, die op sommige wegen een zeer substantieel deel van de fietsstroom blijkt te vormen, in welke mate en op welke manier willen we die bedienen in fietsbeleid?  


Kansen voor verbeteren Strava Metro datastructuren.

Omdat Strava bepaalde fietsrit-afstanden lijkt te onder- en oververtegenwoordigden, zou het zeer waardevol zijn om een scherper beeld te hebben (grafiek) van welke fietsafstandklassen hoe vaak voorkomen in Strava-utilitair. Vervolgens zou het nóg waardevoller zijn als in de heatmap-datasets, enkele kolommen met afstand categorieën toegevoegd worden, zodat verschillen in fietsroutegebruik tussen fietsritten van verschillende afstanden, in kaart gebracht kan worden. Deze informatie kan alleen vanuit Strava zelf voorzien worden.


Want; een dataset die niet generiek is (het gemiddelde fietsen vertegenwoordigt), kan vooral/alleen waardevol zijn als het wel specifiek is; bepaalde fietsgroepen wel scherp vertegenwoordigt. Fietsafstand is een zeer sterke determinant voor verschillen in routegebruik. Als duidelijk is welke (afstandsrange)fietsritten in beeld zijn (in een heatmap) kan een dergelijk beeld met de juiste wetenschap geïnterpreteerd worden tot waardevolle inzichten. 

Komentarze


bottom of page