
Regionale visie Beweegroutes Ringpark Utrecht
Inzicht in regionaal beweeggedrag
In opdracht van de Provincie Utrecht (Ringpark Utrecht en de stuurgroep Recreatie om de Stad) ontwikkelde Track-Landscapes een toekomstbeeld voor beweegroutes in de regio Utrecht. Als basis brachten we het feitelijke gebruik van paden en wegen in kaart aan de hand van ruim 500.000 geregistreerde beweegactiviteiten uit de app Endomondo. De dataset bestaat grotendeels uit recreatief gebruik door wandelaars, hardlopers, sportieve fietsers, mountainbikers en skeeleraars, aangevuld met circa 100.000 utilitaire fietsbewegingen.
Van data naar ontwerp
De opgave was om een regionale visie te ontwikkelen die zowel langetermijnambities als concrete, uitvoerbare ingrepen omvat. Door het volledige netwerk van paden en routes te analyseren, kregen we inzicht in regionale patronen én in het functioneren van afzonderlijke wandel- en fietspaden.
Op basis hiervan formuleerden we zes samenhangende ‘bewegingen’, waarbinnen meer dan zestig concrete voorstellen zijn uitgewerkt. Deze variëren van nieuwe verbindingen en ontbrekende schakels tot verbeteringen aan paden, bruggen, entrees, bebording en recreatieve faciliteiten.
Downloadlink compleet rapport Track-Landscapes
​
Opdrachtgever: Provincie Utrecht
​
Datum traject: 2020-01 <-> 2020-10
​
Status project: De Provincie Utrecht heeft het onderzoek van TRACK gepubliceerd als onderdeel van het programma 'recreatie om de stad'. Er vindt nu een verkenning plaats naar de mogelijkheden van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma Utrecht Buiten.
​
Diverse routevoorstellen zijn inmiddels opgenomen in het regionaal toekomstbeeld fiets van de Provincie Utrecht.
​
​
1. Landschap binnen voetbereik

Wandelen is met afstand de meest beoefende vrijetijdsactiviteit van Nederland, met jaarlijks circa 440 miljoen activiteiten (trendrapport toerisme en vrije tijd 2016). Ook hardlopen neemt sterk toe, met naar schatting zo’n 100 miljoen activiteiten per jaar. Beide vormen van beweging vertrekken grotendeels vanuit de voordeur: ongeveer 70% van alle wandelingen begint thuis. Dat vraagt om een fijnmazig netwerk van aantrekkelijke, goed bereikbare paden dat stedelijk en buitenstedelijk groen met elkaar verbindt. In theorie is lopen laagdrempelig (tijd en schoenen volstaan) maar in de praktijk blijkt toegankelijkheid vaak minder ‘voordevoetliggend’.
Uit analyses van loopgedrag rond verschillende stedelijke kernen blijkt dat randstedelijke groengebieden te voet lang niet altijd worden bereikt. Oorzaken zijn een te lage dichtheid aan paden, fysieke barrières of toegang niet duidelijk aangegeven. Zo worden de uiterwaarden boven Vianen beperkt belopen, terwijl ze wel degelijk toegankelijk zijn. Die toegankelijkheid is vanaf de dijkentrees echter nauwelijks zichtbaar. Met relatief eenvoudige ingrepen, zoals betere bewegwijzering of gebiedskaarten, kan dit gebruik al aanzienlijk worden vergroot.
2. Met de stroom mee

Rivieren en kanalen vormen van nature ideale radiale beweeglijnen voor fietsers en voetgangers: van diep in de stad tot ver het landschap in. Ze functioneren als langgerekte parken richting verder gelegen landschappen. Toch wordt deze potentie als beweeglijn nog onvoldoende benut. Langs veel waterlijnen zijn fietsroutes versnipperd, omslachtig en in slechte staat. Dat vertaalt zich direct in het gebruik: sportieve fietsers mijden deze trajecten zichtbaar in hun routekeuzes.
Met name langs het Amsterdam-Rijnkanaal richting de Lek en aan de westzijde van de Vecht liggen kansen om routes te verbeteren en te completeren. Door routes langs water weer logisch, direct en comfortabel te maken, ontstaat een aantrekkelijk netwerk dat letterlijk en figuurlijk 'met de stroom mee' beweegt.​
​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​3. Mooi (en) snel(fietsroutes)​​​​​​​

Het bereik van de (elektrische) utilitaire fietser neemt snel toe. Verplaatsingen tussen woonkernen vragen daardoor om meer snelle, directe fietsroutes door de tussenliggende landschappen. Dat sluit goed aan bij de ambities voor snelfietsroutes, maar deze routes zijn nu vaak vooral technisch en functioneel benaderd. Terwijl juist de kwaliteit 'ongestoordheid' die ze voor forenzen aantrekkelijk maakt, óók waardevol is voor recreatieve fietsers. Langs spoorlijnen bij Utrecht–Woerden, Utrecht–Bilthoven en Utrecht–Driebergen-Zeist liggen kansen om snelfietsroutes te ontwikkelen die niet alleen snel zijn, maar ook voor meer route-fijnmazigheid geven. Door ze te voorzien van lanen, bloemrijke bermen, open uitzichten en goede overgangen naar het omliggende landschap, kunnen deze routes functioneren als brede, doorgaande parkways. Zorg ervoor dat deze routes bovendien prettig beloopbaar en zelfs skeelerbaar zijn.
Omgekeerd zijn er bestaande landschappelijke tracés (vaak langs waterkanten) die qua beleving een aantrekkelijk alternatief kunnen vormen voor geplande snelfietsroutes. Ook forenzen waarderen keuzevrijheid tussen een snelle én een groene route. Het Dokter Welfferpad ten noorden van het Noorderpark is daar een goed voorbeeld van: door dit pad op te waarderen tot fietspad ontstaat een veel groener, en nauwelijks langzamer, alternatief tussen Utrecht en Hilversum op de route langs het spoor en de snelweg (Koningin Wilhelminalaan). In samenhang met routes langs water kan zo een netwerk ontstaan van verbindingen die zowel mooi als snel zijn.
​​​​​​​4. Een landschappelijk ringpark

Neem de geomorfologie en de kenmerkende landschappen rond Utrecht als vertrekpunt voor groene ontwikkelingen en samenwerking. Hoewel dit vanzelfsprekend klinkt, zijn bestuurlijke-, gemeente-, planologische-, infrastructurele- of eigendomsgrenzen nu vaak bepalend. De gebruikers van het landschap hebben geen boodschap aan die grenzen: zij herkennen en gebruiken de gebieden om de unieke eigenschappen en kwaliteiten die de verschillende typen landschappen in de regio hebben.
Wij onderscheiden rond Utrecht een vijftal landschappen met elk een eigen karakter en potentie: de Heuvelrugflank, de Lage Linies, de Uiterwaarden, het Weidse Westen en de Vechtstreek die overgaat in Veenweide.
In de Heuvelrugflank worden bijvoorbeeld tal van landgoederen nog niet goed gevonden door wandelaars, hardlopers of fietsers. Veel landgoederen en bosgebieden zijn afzonderlijk toegankelijk, maar routes zijn vaak versnipperd, slecht herkenbaar of niet doorgaand.
Door bestemmingen sterker met elkaar te verbinden, worden routes meer dan losse paden: ze vormen een samenhangend netwerk. Zo ontstaat een landschappelijk ringpark waarin bereikbaarheid, herkenbaarheid en beleving elkaar versterken.
5. Een Ring van beweeglinten​​

Sport wordt een steeds belangrijker onderdeel van recreatie. Wielrenners, hardlopers en wandelaars maken gebruik van vrijwel alle paden en wegen in de regio, terwijl skeeleraars veel selectiever zijn. Uit de Endomondo-data blijkt dat het Lint Leidsche Rijn door skeeleraars circa tien keer vaker wordt gebruikt dan de 'meest gebruikte' andere skeelerroutes in de regio. Ook voor hardlopers, wandelaars en recreatieve fietsers behoort het Lint tot de meest intensief gebruikte routes.
​
Dat succes is niet alleen demografisch te verklaren; het laat vooral de kracht zien van een expliciet ontworpen beweegpad. Het Lint biedt ruimte, overzicht en continuïteit: breed en glad asfalt, flauwe bochten, afstandsmarkeringen, geen autoverkeer en veilige voorrang bij kruisingen t.o.v. kruisingen met autowegen. Dat zijn de ingrediënten van een sterke beweegronde voor skeeleraars, hardlopers, fietsers en wandelaars. De breedte van het pad gaat voorbij aan wat ‘noodzaak’ is. Sport en recreatie is plezier, zo’n overvloed aan ruimte geeft dat.
Op meer plekken in de regio liggen kansen om vergelijkbare beweeglinten te realiseren: herkenbare rondes die versnipperde groengebieden verbinden en uitnodigen tot dagelijks bewegen. In gebieden als het Noorderpark, waar paden nu smal en fragmentarisch zijn, kan een dergelijk lint samenhang en kwaliteit brengen. Goede, comfortabele aansluitingen op omliggende wijken en steden zijn daarbij essentieel.
​​​​​​​​​​​​6. Stations als Buitenpoorten

De regio Utrecht beschikt over een fijnmazig netwerk van NS-stations die direct aan of nabij waardevolle landschappen liggen. Deze stations vormen logische uitvalsbases voor wandelen en hardlopen richting het buitengebied. Uit Endomondo-data blijkt dat stations die expliciet als startpunt zijn ingericht, zoals Driebergen-Zeist, daadwerkelijk intensief worden gebruikt voor recreatieve routes. Dit beeld wordt bevestigd door de populariteit van NS-wandelroutes, waarvan de populairste steevast in de provincie Utrecht ligt. Toch benutten nog niet alle stations deze potentie. Veel stations die gunstig liggen ten opzichte van landschap en groen, stralen dit onvoldoende uit en bieden weinig faciliteiten of oriëntatie voor recreatieve gebruikers.
​
Door stations sterker te positioneren als ‘buitenpoorten’, met zichtbare groenstructuren, logische route-aansluitingen, duidelijke informatie en aantrekkelijke pleinen, kan het landschap letterlijk tot aan het perron komen. Via online routeplanners kunnen bovendien ketens van wandel- en looproutes tussen stations ontstaan, waarmee een samenhangend regionaal netwerk van NS-routes wordt opgebouwd.
Benieuwd naar meer plannen en voorstellen die we hebben gemaakt voor Ringpark Utrecht? Via deze link is het volledige rapport te downloaden. Daarin zijn wel 70 gerichte verbeteringen van beweegroutes in de regio Utrecht uiteengezet. Tevens zijn alle analyses van de Endomondo beweegdata in document gebracht en hier te downloaden.

